Een doodlopende weg in de Altaj

Het is zaterdagmorgen. We stappen op de fiets. Na twee dagen in Öskemen moeten we er aan geloven. Zo voelt het. Maar wij zijn er ook aan toe. Eindelijk op de fiets.Vooraf het bekende gemopper over de grote hoeveelheid bagage die wij meeslepen. Maar we gaan lang en zullen veel verschillende soorten klimaten tegenkomen. Eerst maar wat boodschappen doen, dan hebben we die in ieder geval.

Het is al lekker warm tegen tienen. We volgen de grote weg de stad uit. Drie rijstroken gaan onze kant op. De meest rechtse, die waar wij rijden zit vol gaten. We slalommen er om heen. Midden op de strook rijden, dat geeft de meeste ruimte. Verderop slaan wij een kleinere weg in. Dat geeft rust. Maar ook stof, want er wordt aan de weg gewerkt.

Tegen de middag bereiken wij Ak Baur, een plek waar rotstekeningen zijn gevonden. Die zijn 3000 jaar oud. We moeten voor ons tweeën  omgerekend een euro betalen en worden allerhartelijkst ontvangen. Eerst worden we naar een grot gestuurd en later de andere kant op waar ook rotstekeningen zijn. Het is zelf zoeken (en vinden). De uitleg is beperkt.

In Kazachstan zijn weinig campings. Dat betekent dat wij veel wildkamperen. De onderlinge afspraak is dat we ons beiden senang moeten voelen met de plek (en dat was tot nu toe geen probleem). Inmiddels hebben we al op een aantal mooie plekken de tent opgezet.

We fietsen in een afwisselende omgeving. Er zijn flinke heuvels en er ligt her en der sneeuw langs de kant van de weg. Daar waar de sneeuw verdwenen is laten direct de eerste bloemetjes zich zien.

Pioenrozen

We fietsen een lange, zware dag langs het Buktharma reservoir. De heuvels zijn stevig, het is warm en de wind  staat minder gunstig dan de voorgaande dagen. Het stuwmeer is enorm groot (5400 vierkante kilometer) en in 1960 aangelegd voor opwekking van elektriciteit. Aan het einde van de dag nemen we een veerpont over het meer. 

Dreigende luchten langs het reservoir
Zonsondergang aan het Buktharma reservoir

We fietsen naar de Altaj door een breed dal met besneeuwde bergen. In een ander blog meer over de Altaj. Langs de oevers van het reservoir groeit veel riet en zien we kraanvogels. Er wordt landbouw bedreven. Kleine tractoren bewerken onmetelijke oppervlakten grond.

De mensen zijn vriendelijk. Ze proberen uit te vissen waar we heen gaan en waar we vandaan komen. Soms vragen zij het terwijl ze in een auto naast je komen rijden. We ervaren dit deel van het land als vriendelijk en veilig. Na vijf onafgebroken dagen op de fietst geven we op dag zes na 20 kilometer de pijp aan Maarten. Het is weer heet. Bij een riviertje met fris stromend water zetten we de tent op. We doen de was, lezen en poedelen  in de rivier. En aan het einde van de dag halen we een biertje in het nabij gelegen dorp.

Er komt een man op een paard een praatje maken. Gouden tanden in de mond, een trotse man. En een pittig paard met veel energie. Paarden worden veel gebruikt. Regelmatig zien we een ruiter te paard als een indiaan op een heuvel staan of een kudde vee hoeden. We maken in ons beste Russisch een praatje met de ruiter en maken duidelijk waar we heen willen. Over de “Austrian road”, een weg die door dwangarbeiders in de eerste wereldoorlog is aangelegd. Hij maakt ons duidelijk dat dat niet kan. Te veel sneeuw. We brengen onszelf dan in gevaar maakt hij duidelijk met het gebaar waarmee een keel wordt doorgesneden.

Dit betekent dat we onze route moeten aanpassen. We zullen het dal aan dezelfde kant moeten verlaten. We rijden ongeveer 170 km terug. Het was ingecalculeerd dat die weg nog niet open was, maar jammer is het wel. We zijn 1-2 maanden te vroeg.

We rijden nog een etappe door naar Katon Karagay, naar een nationaal park om vandaar uit een deel van de Altaj te bekijken. Er ligt inderdaad veel sneeuw op de bergen. Prachtig is het wel.

1 gedachte op “Een doodlopende weg in de Altaj”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *