Door Turkmenistan

Turkmenistan is een land waar we naar uitgekeken en tegen opgezien hebben. We hebben een transitvisum. Dat betekent dat we in maximaal vijf dagen het land doorkruisen van de ene naar de andere grensovergang. In ons geval zit er tussen die grensovergangen (Koneurgenc en Asgabat/Raudan) een afstand van 700 kilometer. We hadden ook een toeristenvisum kunnen aanvragen, maar je wordt dan geacht met een gids te reizen en 100 dollar per dag p.p. uit te geven. Dat was ons te gek.

Die vijf dagen zijn ook niet wat het lijken. De grensovergang van Koneurgench was pas om 9 uur geopend, die uren gaan dus van de vijf dagen af. We hadden onze tent vlak bij de grens opgezet om als eerste aan de beurt te zijn. Op zes voetgangers na lukte dat ook. Maar we hadden ons niet hoeven haasten, verder was er geen verkeer dat de grens over wilde. De intensiteit van de controle viel mee, na een kleine twee uur waren we Oezbekistan uit en Turkmenistan in. Dat was inclusief een medische keuring waarbij alleen onze temperatuur werd gemeten (kosten 14 dollar).

In Koneurgenc hebben we eerst in een winkel wat dollars gewisseld voor Manat, de lokale munteenheid. Daarna zijn we naar het plaatselijk Werelderfgoed geweest. Prachtig, maar heel veel tijd hebben we ons daar niet gegund. Die 700 km die overbrugd moesten worden, hijgden in onze nek. Die afstand is te groot om in vijf dagen fietsend te overbruggen en het traject loopt ook nog door de woestijn. Daarom hebben we als alternatief een taxi gezocht die ons, onze spullen en fietsen halverwege bracht, naar de Derwaza Gas krater. Uiteindelijk paste alles na veel passen en meten in een grote Toyota.

Werelderfged in Koneurgenc

Derwaza Gas Crater is een van de hoogtepunten van Turkmenistan. En tegelijkertijd ook een dieptepunt. In de jaren vijftig ging er wat fout bij het boren naar gas. Dat gas ontsnapte en men kreeg de put niet meer afgesloten. Daarom werd besloten het gas aan te steken. Sindsdien brandt de krater. Dat is een indrukwekkend gezicht, vooral in het donker. En als je rond de krater loopt voel je de hitte schroeien, zeker als de wind jouw kant op staat. Als je het ziet begrijp je waarom de plek de deur naar de hel wordt genoemd.

We hebben onze tent in de woestijn niet ver van de kraterrand opgezet. Toevalligerwijs dicht bij een tourgroep waar wat eten overbleef. Lekker, gegrilde kippenpootjes met uitzicht op de krater. Ook mochten we de volgende ochtend mee-ontbijten, samen met mensen uit de USA en Australië.

Een andere krater bij Derwaza

Onze chauffeur wilde ons graag verder meenemen naar Asgabad. Uiteraard tegen betaling, van nog eens vijftig dollar. Rond de middag van “visumdag twee” waren we daarom op 10 km van Asgabat, de hoofdstad van Turkmenistan. Daar eindigde de taxirit, want chauffeurs uit de provincie mogen de hoofdstad niet in. Een veiligheidsmaatregel. Dus gingen we op de fiets verder. Onderweg vergaapten we ons vooral aan de grote, standaard huizen bij het naderen van de stad. Daarna de vele witte, uit marmer opgetrokken gebouwen. Grote fonteinen en beelden van voormalige heersers. Anderzijds keken de inwoners van Asgabat hun ogen uit naar fietsers met bagage. In deze stad zijn we geen fiets tegen gekomen.

Entree in Asgabat, de hoofdstad van Turkmenistan

Het door ons gekozen Kuwwat hotel is een van de weinige hotels in Asgabat waar je met een transitvisum mag verblijven. Het hotel is basic, maar voor ons voldoende. In het hotel verbleven ook veel Turkmenen. Zij betaalden 10% van het bedrag dat wij betaalden. Een eerlijke verhouding.

Asgabat is een witte stad. Alles is bekleedt met marmer. Verder brede straten met weinig auto’s. En heel veel camera’s, politieagenten en militairen, die alles en iedereen in de gaten te houden. We zijn ’s avonds tegen de schemering naar het deel van de stad gefietst waar onder ander de regeringsgebouwen en het paleis van de president staan.

Op de fiets kunnen we ons redelijk snel verplaatsen. Foto’s maken is er niet bij, je hoort overal “no photo” en straten worden opeens afgesloten als je er aan komt. We wilden toch een paar plaatjes schieten, maar dat lukte niet echt. Zelfs als we een plaatje van een fontein wilden maken klonk het “no photo”. Het leek alsof achter elke boom een beveiliger stond.

Voor het gerechtsgebouw wilden we een foto maken van een standbeeld van de mannelijke variant van vrouwe Justitia. Die staat ook hier afgebeeld met een weegschaal, maar de blinddoek ontbreekt. Is dat tekenend voor dit land, dat hoog staat op de lijst van meest repressieve landen ter wereld? Ondanks de “no photo” is er toch nog een plaatje het gerechtsgebouw gemaakt.

We besloten naar het hostel terug te keren. We hadden het idee te ervaren hoe repressie er uit kan zien, heel onplezierig. En dan hebben wij de mogelijkheid om verder te reizen. Voor Turkmenen is dat onmogelijk.

Er waren nog andere beperkingen waar we tegenaan liepen in Turkmenistan. Zoals geldhalen uit een pinautomaat (je wisselt je dollars op de zwarte markt), een telefoonkaart halen (die krijg je eenvoudigweg niet als buitenlander) en surfen op het internet (dat is niet beschikbaar, en als je toch ergens wifi hebt, zijn veel sites geblokkeerd). En eigenlijk kun je er ook niet roken. Een pakje sigaretten kost $25, een kapitaal voor inwoners van dit land. We hadden ieder twee pakjes meegenomen, het maximale aantal dat je in mag voeren. Daar was men heel blij mee toen we die uitdeelden.

Iets anders dat ons opviel, zeker in Asgabat, was dat we weinig vreugde bij de mensen zagen. In de provincie was dat anders. Op “visumdag vijf” zijn we van Asgabat naar de grens met Iran gefietst. Nog een keer genietend van de lege boulevards en ons verbazend over de witte stad. Voordat we verplicht met een bus mee naar de grens moesten, hoorden we nog een laatste keer “no photo”.

Op weg naar de grens

De weg naar de grens stijgt van onze opstapplaats nog eens 1100 meter en dat zou op de fiets een dagtaak zijn. Bovendien was het gezellig in de bus. Je moet je voorstellen dat er aan het einde bij het opstappunt een plek is waar de meeste auto’s blijven staan. Dan komen er vrouwen uit de auto’s die hun handelswaar mee in de bus nemen. Zoals een begeleidende man al zei: ´micro economie´. Alle dames hebben hun eigen handeltje bestaande uit vooral katoenenlappen die op de bazaar in Asgabat zijn ingekocht. Verder gaat er fruit mee en veel dozen waarvan wij de inhoud niet kennen. Er heerst een sfeer alsof het een schoolreisje betreft. De dames vinden het ook prachtig als Marieke haar extra kleding voor Iran tevoorschijn tovert. Ze geven wat aanwijzingen omtrent het dragen van de hoofddoek.

Als we eenmaal bij de grens zijn is er voor deze vrouwen maar een doel. Zo snel mogelijk door de douane komen. De mannen die meezijn hebben vaak de paspoorten en zorgen dat de goede persoon bij het paspoort wordt gezocht zodat alles soepeltjes verloopt. Gelukkig zijn wij met onze fietsen een aparte attraktie en slalommen overal tussendoor. Vooral de Turkmeense kant van de overgang is erg hartelijk en loopt gesmeerd. Bij de Iraanse grens blijkt Bart zijn lange broek nog niet aan te hebben en het gevolg lijkt dat we alsnog een deel van onze bagage uit moeten pakken. De tent moet uit de bagage en uitgerold om te zien of er geen alcoholische versnaperingen worden mee gesmokkeld. Nog even geld wisselen en we kunnen ons fietsavontuur in Iran vervolgen.

1 gedachte op “Door Turkmenistan”

  1. Toch is dit zoals een vakantie er voor mij hoort uit te zien, allemaal nieuwe ervaringen en de mensen kunnen ook eens andere mensen spreken, dus houdt nog even vol het is het allemaal waard, vooral die brandende krater

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *