Naar Kirgizië

Om in Kegen te komen moeten we een pas over van 2000 meter. Kegen is de grensplaats in Kazachtan voor de overgang naar Kirgizië. Grensplaats is een groot woord. De grens ligt nog 25 km verderop. Na Kegen rijden we eerst 13 km naar Karkara. Iemand heeft een loodrechte lijn langs de elektriciteitspalen getrokken.

Tussen Kegen en Karkara

We zien het dorpje al van verre liggen, maar bereiken het vandaag niet meer. Een paar kilometer er voor is een picknickplaats ingericht, met een huisje om in te zitten en een wc met mega-uitzicht. Daar zetten we de tent op. Wat later komt de politie even controleren wie er staat en of we het niet koud zullen krijgen. Na enige uitleg vertrekken ze weer.

Karkara stelt niet veel voor. We zijn er zo langs. Dan beginnen wegwerkzaamheden. Die blijken te duren tot de grens, 12 km onverhard. Er is een noodweg aangelegd, maar die is vaak zo slecht dat we toch op de weg rijden waaraan gewerkt wordt. Tot onze verrassing treffen we een fietser. Een Fransman op weg naar China. We wisselen ervaringen uit, ruilen Kazachs geld om voor Tadzjieks en krijgen een simkaart.

Op weg nar de grens

De grens is op zich geen probleem. Van een verveelde beambte moesten alle tassen open en uitgepakt worden. Maar al na een paar tassen heeft hij er genoeg van. We mochten verder, Kirgizië in. Eerst leek de weg wel redelijk, maar na een dorp werd het slecht. Gravel en veel los liggende stenen. We ontmoeten een paar Italiaanse fietsers, die al een jaar onderweg zijn. En daarna nog meer stenen. We zien veel yurts waar de Kirgiezen met vee de zomer door brengen. Het inrichten van de zomerkampen is begonnen. We komen vrachtwagens tegen met yurten en herders die met hun paarden, schapen en koeien op weg naar boven, naar de zomerweiden, zijn.

Een opmerkelijk verschil tussen de mensen in Kirgizië en Kazachstan is dat de Kirgiezen graag op de foto gaan. Al bij het eerste winkeltje in Kirgizië maakten we de volgende foto.

We zien ook vrachtwagentjes met vee die op weg zijn naar het dal. Naar Karakol om precies te zien. Daar wordt op zondagmorgen een van de grootste veemarkten van Kirgizië gehouden. Schapen, paarden en koeien gaan over in andere handen. Aan het einde van de markt worden deze weer opgeladen op vrachtwagens om te worden afgevoerd. Geen speciale voorzieningen zoals in Nederland. Gewoon met een touw om de kop en vastgebonden aan de zijkant van de laadbak.

In Karakol parkeren we de fiets voor een weekje. We hebben een kamer in een voortreffelijk hostel (KbH-hostel) geboekt en genieten van de contacten met andere reizigers en hetgeen Karakol en omgeving te bieden heeft. In de bazaar is van alles te koop. Van specerijen, slippers tot fruit.

Onder leiding van een gids maken we een rondwandeling door de stad. Een van de meest opvallende gebouwen in Karakol is een Dungan-moskee. Dit is een volk van Chinese afkomst.

Arslanfood, een lokale lekkernij wordt door de gids aanbevolen. Het is een koude soep. Heerlijk. En we gaan een middag paardrijden. Vier uur lang op de rug van zo’n beest is lang genoeg, maar we genieten er ook wel van. Het uitzicht over de stad en het meer is prachtig maar de besneeuwde toppen waar we tussen staan zijn ook indrukwekkend.

Ook maken we een wandeling in de buurt. Het doel is een waterval. We hebben pech. Het regent zo hard dat we twijfelen of we de wandeling zullen afbreken. We besluiten mee te liften naar boven. Er komen een paar auto’s langs. We hebben geluk en mogen met een paar Belgen mee. Als we boven zijn is het droog, maar het pad is modderig. Na geglibber en geglij bereiken we de waterval. De waterval valt een beetje tegen maar de bloemetjes in de wei zijn prachtig. We zien onder andere edelweiss. Als we teruglopen is de zon doorgebroken. We zien besneeuwde bergen. Nomaden zijn ook hier hun yurten aan het opzetten in het zomerkamp. Kortom, genoeg om van het genieten.

1 gedachte op “Naar Kirgizië”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *